Infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR)

Om de georganiseerde bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR) te versnellen ten einde de exportmogelijkheden van de runderen te vrijwaren werd op 22 november 2006 het Koninklijk Besluit betreffende de bestrijding van Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis uitgevaardigd (B.S.04/01/2007).

In dit besluit werd bepaald dat vanaf 5/1/2012 alle rundveebedrijven, met uitzondering van de vleeskalverbedrijven, in België over een I2, I3 of I4-statuut moesten beschikken.

Bedrijven, die niet beantwoorden aan de voorwaarden voor het verkrijgen van deze statuten, hebben automatisch een I1 statuut gekregen.

Vanuit deze I1-bedrijven mogen runderen enkel nog afgevoerd worden naar het slachthuis.

Wegens de zachte herfst zijn de runderen laat op het jaar op stal gekomen, zodat nogal wat veehouders vertraging hebben opgelopen met de voorziene bloednames of vaccinaties. Hierdoor is er bij ARSIA een aanzienlijke achterstand bij de administratieve afhandeling voor het toekennen van de IBR-statuten.

Bovendien zal de voorziene module in Sanitel, die toelaat het statuut van de op markten en in verzamelcentra aangevoerde runderen op hun IBR-statuut te controleren, binnenkort in productie komen.

Om al deze redenen heeft Minister van Landbouw Sabine Laruelle en het FAVV beslist tot 15/02/2012 de handel van runderen toe te staan zonder rekening te houden met het IBR-statuut.

Andere maatregelen voor de I1-bedrijven, zoals het verbod op weidegang en het verplicht behalen van een hoger IBR-statuut, blijven onverkort van toepassing.

Meer informatie kan bekomen worden bij DGZ en ARSIA.

 
 

© 2011 VETWorks - alle rechten voorbehouden.

VETWorks webdesign HTML5 Compliant